Douwe, een boerenjongen uit een dorpje aan de Linge, gaat vanwege de heersende hongersnood zwervend op zoek naar eten voor hem en zijn moeder. Op een van die hopeloze tochten komt hij in een bos de opoe van de duivel tegen. Hij helpt haar en krijgt als beloning een viool. Als hij daarop speelt, bemerkt hij dat zijn honger en vermoeidheid verdwijnen en het lukt hem voortaan al spelend zijn eten bij elkaar te scharrelen. Maar… op een dag komt hij de duivel tegen die hem voorstelt zijn viool te ruilen voor een boekje waarmee hij de toekomst kan voorspellen. “Handig als je wilt spelen in het casino!”. Douwe stemt toe en hij is binnen een mum van tijd schatrijk. Maar hij is niet meer gelukkig want het lijkt wel of hij met zijn viool ook zijn ziel aan de duivel heeft verkocht. Hij weet dat hij op een of andere manier zijn viool moet zien terug te krijgen…

Douwe, de duivel en zijn ouwe moer